Achtergrond

"We onderdrukken onze spontane opwellingen, we censureren onze fantasie, we leren onszelf als 'doorsnee' te presenteren en we verwoesten ons talent - dan lacht niemand ons uit" -Keith Johnstone-

Waar komt het vandaan?
Theatersport is bedacht door de Canadese theatermaker Keith Johnstone. In eerste instantie was het een improvisatie-oefenvorm, maar al gauw bleek theatersport zo leuk dat Johnstone en zijn gezelschap het als een voorstellingsvorm gingen gebruiken.

The ART of impro
Improviseren gaat uit van een aantal basisbegrippen zoals accepteren, niet bang zijn om fouten te maken, de ander laten schitteren en je fantasie durven gebruiken. Menselijke vaardigheden die niet alleen noodzakelijk zijn om te kunnen improviseren, maar ook nuttig zijn op allerlei andere gebieden.

In al onze workshops werken we met de volgende, uit het improvisatietheater afkomstige begrippen:
1. Accepteren
2. Risico's nemen
3. Teamdenken
Samengevat: The A.R.T. of impro. Impro staat hierbij voor improvisatietheater.

1. Accepteren
Accepteren is positief ingaan op de ideeën en spelimpulsen van de ander. Ideeën en spelimpulsen zijn bouwstenen voor een scène. Door deze van elkaar te accepteren kunnen deze bouwstenen op elkaar gestapeld worden en uitgroeien tot mooie scènes met ideeën waar je alleen niet zo snel op zou zijn gekomen.

Accepteren is reageren met een 'ja en' in plaats van een 'ja maar'. Met een 'ja en' reageer je op een idee of spelimpuls van de ander zonder jouw oordeel, mening of commentaar. Je accepteert het idee of de spelimpuls van je tegenspeler als gegeven, waarop jij met een 'ja' reageert. Het tweede gedeelte 'en' wordt bepaald door de toevoeging die jij maakt op zijn of haar idee of spelimpuls. Bijvoorbeeld: "zullen we gaan dansen? Ja, en dan zet ik een romantisch nummer op!"

Het tegenovergestelde van accepteren is blokkeren. Blokkerende spelers durven niet mee te gaan met het spel en de ideeën van de ander en houden te veel vast aan hun eigen idee. Bijvoorbeeld: "mam, mag ik een ijsje?", "hoezo, ik ben je moeder helemaal niet!". Deze reactie stopt het spel, want degene die moeder speelt moet weer met een nieuw idee komen.

Accepteren zorgt voor spannende ontwikkelingen in improvisatiescènes waarbij met plezier nieuwe dingen worden gecreëerd.

2. Risico's nemen
Improviseren is risico's nemen. Het risico dat iets mislukt is groter dan bij 'gewoon' theater waarbij het spel ingestudeerd is. Risico's nemen is de charme van het improviseren. Het geeft een mooie spanning voor de spelers én het publiek als er risico's worden opgezocht en er gewaagde initiatieven worden genomen.

Als improviserende speler weet je vaak niet wat je moet doen of je twijfelt daaraan, maar je doet het toch. Dat is mooi risico nemen, op zoek naar onveiligheid en onzekerheid.

Om risico te kunnen nemen moet faalangst worden omgezet in faalplezier: accepteer van jezelf dat je fouten mag maken en ga met plezier 'de mist in'. Vanuit faalplezier kun je makkelijker initiatieven nemen met een spannende nieuwsgierigheid naar wat er kan gaan gebeuren.
 
Met het nemen van risico's verras je jezelf, je tegenspelers en het 
publiek en dat levert de mooiste scènes op!

3. Teamdenken
Theatersport gedijt het beste in een constructieve samenwerking, het is een teamsport! Risico's nemen en spontaan iets nieuws creëren lukt het beste als je dat doet in verbinding met elkaar.

Laat de ander schitteren! Durf je eigen ego te verlagen en focus op het succes van de ander. Zie wat je medespeler leuk vindt of nodig heeft en ondersteun dat!  Als je dat allemaal doet op het theatersport-podium, ontstaan de improvisaties als vanzelf.

Ook is het belangrijk om als speler te kunnen variëren in leiden en volgen. Soms  heb jij een eerste impuls, soms de ander. Flexibiliteit in leiden en volgen leidt tot synergie.

» Lees hoe deelnemers de workshops ervaren hebben...